Computer algemeen
Door 22 maart 2018 Lees verder →

Hoe lees ik een Nikon MFT-grafiek?

Op de websites van camera- en objectieffabrikanten komt u vaak MTF-diagrammen tegen. Dit zijn grafieken met gekromde lijnen, soms verschillend gekleurd en/of gestippeld, die iets zouden moeten zeggen over de kwaliteit van een objectief. Maar wat zeggen ze dan? Hoe moet u zo’n MTF-grafiek eigenlijk lezen? En kunt u werkelijk de kwaliteit van een objectief beoordelen vanuit uw luie stoel? Aan de hand van een Nikkor-objectief leggen we uit hoe u dat doet.

Nikkor-objectieven-slider

MTF staat voor Modulation Transfer Function. Een MTF-grafiek zet het contrast van een objectief uit tegen een ideaal objectief. Dat gebeurt op een schaal van het midden naar de randen van het objectief. Een ideaal objectief zou 100% van het invallend licht doorgeven. In werkelijkheid is dat niet mogelijk en treden lichtverlies en lensfouten op. Deze verliezen zijn eigenlijk de modulatie van het contrast, waarbij het woord ‘modulatie’ staat voor ‘verandering’. Om het contrast van een objectief te meten kun je steeds kleiner wordende zwarte en witte blokken of lijnen fotograferen. Op een zeker punt is het verschil, of contrast, tussen de lijnenparen niet meer te zien. Op dat punt is het contrast te laag geworden om nog te onderscheiden. Wanneer we twee objectieven nemen waarbij het eerste nog wel contrast tussen hele fijne lijnenparen registreert en het tweede niet, vinden we het eerste objectief duidelijk scherper. De MTF loopt van 0 (MTF0) tot 100 (MTF100).

Testlabs

Over het algemeen gebruiken objectieffabrikanten en testlabs MTF50 voor het weergeven van de grafiek. Uit ervaring blijkt dat de menselijke perceptie van scherpte het meest overeen komt met de waarden in de grafiek. Wij zijn immers geen astronomen die een dubbelster proberen te ontdekken, maar fotografen die een scherpe foto willen van een landschap of een familielid. De uitleg onder ‘Wat is MTF’ is eigenlijk een ouderwetse meetmethode. Het meten van lijnenparen per millimeter (LP/mm) werkte prima voor professionele filmcamera’s en kleinbeeld fotocamera’s. Helaas verschillen de maten van sensoren van digitale camera’s nogal en dat heeft zo zijn weerslag op de metingen. Ook maakt de gebruikte testkaart een verschil, net als de belichting ervan en de afstand tussen camera en testkaart. Slimme onderzoekers hebben methoden gevonden om de resultaten zo generiek mogelijk te maken. Toch zijn niet alle MTF-grafieken hetzelfde.

Nikon MFT-grafieken

Nikon toont MTF-grafieken met een y-as van 0 tot 1 en een x-as die het aantal millimeters uit het midden weergeeft. Bij full-frame objectieven loopt de schaal tot ongeveer 20 mm, bij DX objectieven die voor reflexcamera’s met een kleinere beeldsensor bedoeld zijn loopt de schaal tot ongeveer 13 mm. Nikon gebruikt een rode lijn om een frequentie van 10 LP/mm aan te geven (voor het contrast) en een blauwe lijn om een frequentie van 30 LP/mm aan te geven (de scherpte). De doorlopende lijnen zijn de belangrijkste, zogenaamde meridionale lijnen. Hoe hoger op de grafiek en hoe vlakker de lijn, des te beter. De onderbroken lijnen zijn de sagittale lijnen, waarbij ook hier geldt: hoe dichter de twee lijntypen bij elkaar staan, des te fraaier de onscherpte van het objectief. Onder de grafiek staat het diafragma waarbij de meting verricht is, in dit geval F1,4. Nikon meet alle objectieven bij de volle lensopening!

lijn betekenis zegt iets over
rood 10 LP/mm contrast
blauw 30 LP/mm scherpte
altijd gemeten bij volle opening
doorlopende lijnen meridionaal radiaal to.v. centrum
onderbroken lijnen sagittaal tangentiaal t.o.v. centrum

Wat heb ik eraan?

Als u de grafieken van het Canon 50 mm objectief en het Nikon exemplaar samen bekijkt, dan zou u kunnen concluderen dat de lijnen bij de Canon aanzienlijk hoger liggen en dat dit dus het betere objectief moet zijn. Maar pas op! Canon meet zowel bij volle opening als bij F8. U moet de dikke zwarte lijn in de Canon MTF-grafiek vergelijken met de rode lijn in de Nikon MTF-grafiek. Bij Canon begint deze lijn bij ongeveer 0.75 en is hij op 10 mm uit het midden ongeveer bij 0.64. Bij Nikon begint de lijn bij 0.8 en is hij op 10 mm uit het midden pas tot 0.7 gezakt. Het contrast van het Nikon objectief is dus hoger en loopt wat minder weg naar de beeldrand. Voor de scherpte moet u in de Nikon MTF-grafiek naar de blauwe lijn kijken. Om te kunnen vergelijken kijkt u in de Canon grafiek naar de dunne zwarte lijn. Beide beginnen rond de 0.5 en lopen terug tot onder de 0.2. Hier geven deze twee 50 mm/F4 objectieven elkaar weinig ruimte.

Geplaatst in: Nikon tips